Ik stel me voor…

Waarschijnlijk hebt u nog nooit van mij gehoord, maar ik ben Piet van Veen, geboren in 1955 in een dorpje aan de Waal, genaamd Zuilichem. Ik ben de jongste uit een gezin van zes kinderen. En opgegroeid in dit knusse dijkhuisje.

Vleugeldijk 12 jaren '60
Dit is Vleugeldijk 12 in de jaren 60.

In 1961 ben ik naar de lagere school gegaan: de School met de Bijbel in Zuilichem. Naar de kleuterschool ben ik niet geweest. Ik kan niet zeggen dat ik met plezier terugdenk aan de schooltijd. Van 19 juli t/m 20 december 1966 ben ik in het herstellingsoord Bethanië in Zeist geweest; dat was een hele fijne tijd.  Ik moest daarheen omdat ik niet wilde groeien, dit kwam door niet te willen eten.

Hier was Piet van juli t en m dec '66

Na de lagere school ben ik naar de LTS in Zaltbommel gegaan. Want ja, ik moest een vak leren. En dat voor iemand met twee linkerhanden. Ik koos voor het vak schilderen, want dat is het gemakkelijkste, dacht ik. Maar niet goed gedacht, met schilderen heb je veel met natuur- en scheikunde te maken. Maar goed, ik heb het diploma gehaald en daarna bijna nooit meer geschilderd.

Na het verlaten van de LTS, in mei 1972, ben ik gaan werken in het magazijn van groothandel Merrem en La Porte in Zaltbommel. Het hoofdkantoor was gevestigd aan de Keizersgracht in Amsterdam. Ik kwam daar te werken op de viledon-afdeling. Op deze afdeling werden afzuigfilters op maat gesneden voor allerlei afzuigsystemen, die vanaf eind jaren 60 op de markt kwamen. Afzuigsystemen, zoals luchtfilters op ziekenhuizen en fabrieken. Maar ook voor wasemkappen, enz. Het was een heel afwisselend werk.

Piet aan het werkTevens werkte ik af en toe al op de textielafdeling. Na een jaar ging ik daar helemaal werken. daardoor ging ik ook de Detex-opleiding volgen. Mijn typediploma had ik inmiddels al gehaald bij Scheidegger. Al spoedig draaide ik hier helemaal mee. Ook hier werk-te we voornamelijk voor de luchtzuivering. Trots ben ik er op dat ik op een gegeven moment, zelfs op het laatste moment, er voor kon zorgen dat er een order van ruim f 2.000.000 kon worden binnengehaald. maanden waren we op de afdeling bezig om het model te maken, en dat was het probleem niet, maar wel de sluiting van de zak. we kregen het niet voor elkaar. Er moest bij de opening, aan de bovenkant, een vierkant asbestkoord worden genaaid en dat lukte niet, wat men ook geprobeerde. Het was die dag de deadline. in de pauze zag ik het ineens voor me. Ik ben vlug naar het atelier gegaan en een proeflap gemaakt, en ja het lukte. Toen de pauze voorbij was en de anderen op de afdeling kwamen  kon ik het hen laten zien. Daarna hebben we een proefzak gemaakt, de volgende dag kregen we te horen dat de orde binnen was. Een bedankje? Nee, dat kreeg de vertegenwoordiger, maar niet zij die het werk deden, zo ging dat helaas.

Datzelfde jaar kwam er een grote verbouwing. Ook ons atelier werd verbouwd. Die winter, een koude winter, moesten wij werken in de grote magazijnhal, die slecht te verwarmen was. Aan het einde van die winter begonnen de rug-klachten. De arts adviseerde om ander werk te zoeken. Ik heb met mijn chef een gesprek hierover gehad. Ik kon intern ander werk krijgen. Er kwam een nieuwe afdeling, doe-het-zelf materialen e.d. Mijn chef vroeg of ik er wat voor voelde om die afdeling te gaan leiden. En dat is gebeurd. Helaas kwam daar een einde aan in 1980. Inmiddels was er een nieuwe bedrijfsleider. Deze had geen oog en hart voor zijn mensen. Op een gegeven moment kwam er, tegen sluitingstijd, een wagen met grote bundels koperen pijpen, die moest gelost worden, en we moes-ten er allen aan meehelpen, of je voor die afdeling werkte of niet. Toen ik zei dat deze bundels te zwaar waren en dat ik dit niet mocht doen, was zijn antwoordt: “helpen of vertrekken.” Wat moest ik? Ik was net getrouwd en een eigen huis. Twee dagen later kon ik niet meer lopen, en dat is nooit meer goed gekomen. Ik moest mij ziek melden. Twee maanden later kreeg ik een ontslagbrief. Maar dat kon niet; ik was ziek en zat in de OR. Dat was ook het besluit van de rechtbank. Begin 1982 kreeg ik een ruggenprik om de oorzaak van de pijn op te sporen. De uitslag was de ziekte van Bechterew en de ziekte van Scheuermann. Beide zijn een vorm van Reuma. Zij veroorzaken veel pijn, gelukkig niet constant, maar pijn is er altijd. Deze ziekte zorgt voor verkalking in de ruggenwervels. In 1982 ben ik voor de eerste keer afgekeurd.

In 1977 leerde ik, d.m.v. een contactadvertentie een meisje kennen. Ik wilde graag trouwen, maar dit was moeilijk voor mij. ik had niets met meisjes en zij schijnbaar niet met mij, vandaar dat ik het op die manier heb gedaan. In 1979 ben ik met haar, Cunera, getrouwd. In de volgende vijf jaar werden onze kinderen geboren: Marcel, Anton, Christa, Wim en Daniëlle. De eerste jaren van ons huwelijk waren goed. Zij was een zorgzame vrouw, dat bleek o.a. toen bij de ziekte van Bechterew werd geconstateerd. Maar toch kon ik mij niet helemaal aan haar geven en in de loop der jaren werd dat allen erger. De kloof tussen ons werd steeds groter, er kwamen steeds andere geschillen bij. Daarbij kwam dat ik, na een lange en zware worsteling eindelijk mijzelf durfde en kon aanvaarden. Erkennen wie ik was. Dit alles bij elkaar is de oorzaak geworden dat wij in 2010 uit elkaar zijn gegaan.

Van mijn vijf kinderen heb ik 15 kleinkinderen gekregen. Helaas zijn er in 2016 2 kort na hun geboorte overleden.

In 1985 wilde ik theologie gaan studeren. maar mijn vooropleiding was hiervoor niet voldoende. Dus begonnen aan certificaten op de avondmavo en Havo. Toen ik mij aan de universiteit van Utrecht aanmelden kreeg ik het advies om het via de pastorale weg te proberen. Ik kwam hiervoor terecht bij de catecheten-opleiding in Zeist. Die dat jaar net begonnen, ook de vergunningen hiervoor kregen van het M.v.O., met een HBO opleiding pastoraat.